• 0593-541848 / 06-50805953

De bij hoort er bij. Drentse bijengeschiedenis.

Op 20 september 2017 verschijnt bij Uitgeverij Drenthe het boek De bij hoort er bij. Drentse bijengeschiedenis van Henk Luning (Assen).
Het boek zal in het formaat 17x24 cm in meerkleurendruk worden uitgegeven. Het boek telt 112 bladzijden. De prijs van het boek is op € 14,90 vastgesteld. 

Inhoud van het boek
Een boek over de geschiedenis van de bijenteelt in Drenthe bestond nog niet en daarom alleen al is De bij hoort er bij. Drentse bijengeschiedenis een belangrijke aanvulling voor de Drentse geschiedenis. De uitgave van het boek is ook bedoeld als tegenhanger van de korvenvlechter in blauwe kiel met rode zakdoek om de hals op braderieën en markten. Het wil de ware geschiedenis laten zien hoe het er aan toe ging in het oude Drenthe, waar het leven toch niet helemaal was als in een land van melk en honing. Het boek vertelt de geschiedenis van de bijenhouderij van eeuwen geleden tot op de dag van vandaag, nu langzamerhand het besef doordringt dat bijen een brug vormen tussen voedsel en natuur. Gaat het goed met de bij, dan gaat het goed met ons.
De familie Ieminge die rond 1270 in Drenthe leefde en hun naam vrijwel zeker aan de ‘iemen’ ontleende, maakte zich nog niet druk om de kommer en kwel van de ‘verdwijnziekte’ die vandaag de dag de grote schrik is in imkerkringen. De Ieminges hadden mogelijk andere zorgen, maar wisten dat honing goed was voor het gehemelte, dronken op zijn tijd een goed glas mede en voelden zich nog één met de natuur om zich heen. Wel keken ze met verbazing hoe de koning in zijn bijenrijk het voor elkaar kreeg kroost voort te brengen zonder vrouwvolk in de buurt. Er lagen eitjes en larven in de broedcellen, maar hoe die daar terecht kwamen zou nog eeuwenlang een raadsel blijven. De onderzoekers van destijds beweerden namelijk dat gewone bijen onmogelijk wijfjes konden zijn, omdat de natuur aan vrouwen nu eenmaal nooit wapens gaf.
Al met al was voor de eenvoudige Drentse boer de imkerij slechts een neveninkomst, zij het een niet onbelangrijke. Mogelijk daarom ook maakten ze onderling ruzie over de beste plaatsen voor het zetten van hun korven op de bloeiende heide of bij de boekweit. Het Drentse bestuur profiteerde mee door een belasting op de bijen in te stellen en aan de jaarlijkse opbrengsten valt meteen de belangrijkheid van het nevenberoep af te lezen. Mensen die er helemaal van leefden waren er maar weinig. Wel leert de geschiedenis ons de wisselvalligheid van de bijenteelt en de daarmee overeenkomende opbrengst. De meeste winst verdween in de zakken van de tussenhandel; daar moest wat aan gedaan worden en daarom was het zaak zich te organiseren. Dat deed men in 1897. Het zou een naarstig zoeken moeten zijn naar middelen om de bijenteelt, die de voorvaderen zo hoog hadden zitten, weer perspectief te bieden, uit te bouwen en vooruit te helpen, aldus de eerste bestuurders.
Bijna elk zichzelf respecterend dorp in Drenthe kreeg uiteindelijk zijn bijenvereniging, waar men kennis opdeed, prijsafspraken maakte en ook ellenlang vergaderde, waarbij men soms naar huis verlangde. Toch was het niet alles idealisme dat er achter zat, want zonder lid te zijn van de bijenvereniging kwam men niet in aanmerking voor de door de regering beschikbaar gestelde goedkope gedenatureerde suiker. En in de Tweede Wereldoorlog bereikte het ledental een hoogtepunt door de beschikbaar gestelde rooktabak. Schaalvergroting in de landbouw, het verdwijnen van de boekweitteelt en van het koolzaad, maar ook kortere arbeidstijden, die om een nuttige besteding vroegen, maakten van de bijenteelt een hobby. Voor hobby-imkers met een balkon drie hoog hebben de nu bestaande bijenverenigingen een stal, waar deze leden hun paar korven kunnen plaatsen.
De belangstelling voor de cursus zich imker te mogen noemen neemt toe en dat is voor de toekomst van groot belang. Laat het nu ook goed gaan met de bij.

Terug naar: In voorbereiding