• 0593-541848 / 06-50805953

WEITEVEEN Wat vroggertied gewoon ‘het veld’ was.

WEITEVEEN
Wat vroggertied gewoon ‘het veld’ was.
Herinneringen aan het vroegere Nieuw-Schoonebeekerveld, Schoonebeekerveld en het Amsterdamsche Veld. Samen, vanaf 1955, Weiteveen, geschreven door J.B. Schulte

In zijn voorwoord schrijft J.B. Schulte het volgende: ‘In 2011 is mijn eerste boek ‘Leven in het Hoogveen tussen turfbulten en veenkuilen’ verschenen. Dit boek ging over het leven van mijn (voor-)ouders, broers, zusters en mijzelf, over het leven te Nieuw-Schoonebeek, het vroegere Schoonebeekerveld, Amsterdamsche Veld en Weiteveen. Dit schrijven is bedoeld om vooral de jongeren een beeld te geven van de armoedige en primitieve omstandigheden waarin de ouderen en pioniers in dit hoogveengebied leefden en werkten.
Door de waardering voor dit boek kwam bij mij de gedachte op een tweede boek te schrijven; deze keer over het leven van de vroegere bewoners van het gehele Schoonebeekeveld en het Amsterdamsche Veld. Over personen die belangrijk zijn geweest in de politiek, het geloofsleven of in andere opzichten en uiteraard over de opbouw van Weiteveen.
Ik heb diep respect voor de mensen die vroeger in deze streek hebben geleefd. Arbeiders hadden te maken met verschillende werkzaamheden, afhankelijk van het seizoen. In de zomer verrichten zij het zware werk voor de veenbazen; in de herfst sloten zij zich aan bij de kanaalgravers. Gezinnen gingen direct na de winter weer brandturf #Brandturf is ‘zwart veen’, dat als brandstof voor de kachel wordt gebruikt. Dit in tegenstelling tot bolsterturf, de bovenste laag van het veen, dat voor de tuinbouw en voor veenstallen wordt gebruikt.## voor het komende jaar. In de lente werd de moestuin weer ingezaaid of bepoot. Vanaf de herfst tot begin maart vonden de jaarlijkse huisslachtingen van varkens en rundvee plaats. Kortom, er was altijd werk te doen!
Bijna een eeuw later ziet het gebied dat nu Weiteveen heet er heel anders uit. Ik hoop dat de verhalen in beide boeken ertoe bijdragen dat het dorp Weiteveen niet vergeten wordt.’

Weiteveen

Tot in de 19de eeuw
Vóór 1700 was het gebied ten oosten van Schoonebeek een kaal gebied. Geleidelijk aan waren het Schoonebeker boeren, ook wel Duitse, die hier hun vee lieten weiden. Na 1800 kwamen ook Duitse kolonisten; ze kochten grond van Schoonebeker boeren. Verder kwamen de meesten uit het Duitse Münsterlandgrensgebied, velen uit bemiddelde families, die tientallen bunders grond kochten, meer dan één boerderij bouwden en die dan aan boerenarbeiders verhuurden. Vanaf de familie Kerperien tot de familie Beerling werd door de hervormde diaconie uit Schoonebeek een hele rij kleine boerderijen gebouwd. Samen met de al gevestigde boeren werd dat spottend ‘de stad’ genoemd. Tot 1884 viel dit gehele gebied onder de gemeente Dalen. L.B.J. Dommers was de eerste burgemeester van Schoonebeek in 1884.

Ontstaan van het vroegere Nieuw-Schoonebeekerveld
Omstreeks 1850 gingen de eerste bewoners van het oostelijke deel van het Nieuw-Schoonebeekerveld, Harm Meier en vrouw Trienken, vanuit Duitsland ongeveer 100 meter over de grens wonen, in een onderkomen dat vermoedelijk een of twee dagen ervoor door familie of kennissen was gebouwd, met of zonder medeweten van de Nieuw-Schoonebeeker eigenaars. De meeste ‘plaatsen’ zoals die genoemd werden, liepen vanaf de Hoofdstraat Nieuw-Schoonebeek door tot de Veenweg Zuidersloot.
De tweede bewoner was Hendrik Loves. Hij werd spoedig gevolgd door vele anderen uit Duitsland en uit noordelijker streken. Deze streek dichtbij de Duitse grens werd vrij snel bewoond en groeide uit tot ± 20 behuizingen en werd later ‘de stad’ genoemd.
Onderstaande afbeeldingen komen uit het foto-archief van De Spiker.

Terug naar: In voorbereiding